Wat is een Carbon Credit? (En waarom is het interessant voor telers)?
De druk om CO₂-uitstoot te verminderen neemt toe. Niet alleen vanuit beleid, maar ook vanuit bedrijven die hun keten willen verduurzamen.
Carbon Credits spelen daarin een steeds belangrijkere rol. Toch blijft het begrip voor veel telers abstract. Wat is een Carbon Credit nu eigenlijk, en wat kun je er als teler mee?
Een Carbon Credit is een certificaat dat staat voor één ton CO₂ die aantoonbaar is vastgelegd, vermeden of verwijderd. Bedrijven kopen deze credits om hun uitstoot te verlagen of te compenseren. Dat gebeurt steeds vaker niet ergens ver weg, maar juist binnen de eigen keten. Precies daar komt de landbouw in beeld.
Planten hebben het unieke vermogen om CO₂ uit de lucht op te nemen en langdurig vast te leggen. Wanneer die vastlegging goed wordt gemeten, gecontroleerd en gecertificeerd, ontstaat er waarde. Die waarde wordt uitgedrukt in Carbon Credits. Dit proces noemen we carbon farming: landbouw waarbij CO₂-vastlegging een expliciet onderdeel is van de bedrijfsvoering. Voor telers kan carbon farming een interessant aanvullend verdienmodel zijn. Niet door simpelweg iets extra’s te doen, maar door bewuste keuzes te maken in teelt, beheer en monitoring.
Tegelijkertijd roept dat vragen op. Welke gewassen zijn geschikt? Hoe weet je hoeveel CO₂ je vastlegt? En hoe zorg je ervoor dat die vastlegging ook daadwerkelijk erkend wordt in de markt?
Daar komt Dealin.Green in beeld. Als carbon farming partner begeleidt Dealin.Green telers door het hele traject: van het eerste inzicht in de mogelijkheden op het land, tot het meten en vastleggen van CO₂ en het omzetten daarvan in gecertificeerde Carbon Credits. Dat doen zij niet alleen. Voor de certificering werkt Dealin.Green samen met Proba, een erkend certificeringsorgaan dat werkt volgens internationaal geaccepteerde standaarden.
Een belangrijk onderdeel van dit proces is de onafhankelijke controle. De CO₂-vastlegging wordt namelijk niet alleen geregistreerd, maar ook gecontroleerd door externe partijen, zoals Bureau Veritas en FoodChain ID. Zij zorgen ervoor dat de cijfers kloppen en dat de afspraken worden nageleefd. Daarbij worden twee stappen onderscheiden. Validatie betekent dat vooraf wordt beoordeeld of een projectopzet logisch en geloofwaardig is: klopt het plan en kan het in theorie de beloofde CO₂-reductie opleveren? Verificatie gebeurt achteraf en kijkt naar wat er daadwerkelijk is gebeurd: hoeveel CO₂ is er echt vastgelegd, op basis van metingen en data. Door deze onafhankelijke controles ontstaat vertrouwen in de carbon credits die uiteindelijk worden uitgegeven.
Wat daarbij steeds belangrijker wordt, is de verschuiving van compensatie naar zogenaamde carbon insetting. Bedrijven investeren dan in CO₂-reductie binnen hun eigen keten, bijvoorbeeld de bouwsector, waarbij landbouwprojecten grondstoffen leveren voor biobased bouwproducten. Carbon Credits worden zo niet alleen een los certificaat, maar onderdeel van een bredere verduurzaming van de keten.
Carbon credits zijn daarmee geen theoretisch concept meer, maar een concreet instrument dat landbouw en klimaat dichter bij elkaar brengt.



